Zo’n vijfentwintig jaar geleden organiseerde De Balie in Amsterdam een driedaags programma getiteld ‘Nieuwkomers’, samengesteld door Adriaan van Dis en Wim Willems. Als programmamaker was ik verantwoordelijk voor de productie. Het was een feestelijk, eclectisch programma, gedreven door nieuwsgierigheid naar ‘de vreemdeling’, ‘de nieuwkomer’, een omarming van veelstemmigheid in de maatschappij en de kunsten. Abdelkader Benali, Hafid Bouazza, Moses Isegawa en Kader Abdolah waren hard op weg gevierde Nederlandse schrijvers te worden, De Balie was het avant-garde cultuurcentrum waar ze regelmatig te gast waren. De eerste barsten sprongen weliswaar in de façade van het ‘tolerante’ en open Nederland, maar dat diversiteit gevierd moest worden was volkomen vanzelfsprekend. Althans, in kringen van overtuigde multiculturelen waarvan ik deel uitmaakte.

Roep is luider dan ooit

Een kwart eeuw later maken bewegingen als Black Lives Matter op niet mis te verstane wijze duidelijk dat allerlei verborgen en zichtbare processen van uitsluiting en racisme de levens, mogelijkheden en vrijheden van velen bepalen. We vragen ons af waarom grote groepen potentiële lezers weinig Nederlandse literatuur van hun gading vinden. De roep om nieuwe narratieven bij erfgoedpresentaties, in theater en film is luider dan ooit. Aan die roep wordt inmiddels breed gehoor gegeven en er worden gelukkig betekenisvolle stappen gezet. Maar de discussie rondom de vertaling van de poëzie van Amanda Gorman, om een actueel voorbeeld te noemen, toont aan dat nog lang niet iedereen zich thuis voelt in de discipline waarin ik werkzaam ben. Het is duidelijk dat de culturele sector bij zichzelf te rade moet gaan en zich meer moet inzetten om de veelstemmige, open, nieuwsgierige en inclusieve sector te worden die het zo graag wil zijn.

Een nonchalante houding?

Terugkijkend verrast het me dat die roep om verandering urgenter klinkt dan ooit en dat ik door de hevigheid van de discussies toch enigszins overvallen word. En ik verbaas me erover dat het zover heeft kunnen komen. De aandacht voor diversiteit en inclusie is, voor zover ik me kan herinneren, de afgelopen vijfentwintig jaar nooit weggeweest. Diversiteit, pluriformiteit en veelstemmigheid zijn in de kunsten altijd kernwaarden geweest en gebleven. Maar ik vraag me inmiddels af of de vanzelfsprekendheid en overtuiging waarmee ik diversiteit en veelstemmigheid altijd heb omarmd, niet ook heeft geleid tot een zekere nonchalance en overschatting van eigen ‘openheid’. Zou het kunnen dat de wet van de remmende voorsprong hier een rol heeft gespeeld?

Niet voor maar met

Destijds hadden we het gevoel voor de troepen uit te lopen, nu hebben we duidelijk een achterstand in te halen. Zo worden er bijvoorbeeld nog veel te vaak beleid en programma’s voor en niet vaak genoeg met doelgroepen gemaakt. En krijgen de diversiteit van makers en publiek en pluriformiteit van uitingen prioriteit, maar verandert de samenstelling van de eigen organisatie en netwerken nog erg langzaam. Over ‘onbewuste onwetendheid’ wordt regelmatig geschreven in de blogs van de Code Diversiteit & Inclusie. Dit zou dan wel eens de grootste onbewuste onwetendheid kunnen zijn van diegenen, zoals ondergetekende, die lang meenden geen aansporing op het terrein van diversiteit en inclusie nodig te hebben.

Blog

In een blog omschrijft een professional een ervaring, een blunder, een inzicht, wat geholpen heeft om tot een andere mindset te komen, en in de toekomst anders te handelen