Van poppodium naar tweede thuis
Hoe Astrant werkt aan inclusief partnerschap en gemeenschapsvorming
- PPartners
- PPubliek

Voorbereiding op het event Halloqueen 2024. Foto: Levi van Ginkel
In Ede was er tot voor kort maar weinig voor jongeren die afwijken van de norm. Geen clubhuizen, popzalen of queer cafés. Toch is het Xander van Soelen (hij/hem) met zijn team gelukt: Poppodium Astrant opende tien jaar geleden haar deuren voor een inclusiever Ede. Het was vechten tegen de gemeente voor het belang van de jongeren. En dat gevecht blijft ook nu nog hard nodig: ‘’Hier worden regenboogvlaggen op school nog in de fik gezet. Onbekend maakt onbemind.’’
Dat Astrant nu tien jaar bestaat is volgens oprichter en community-builder Xander een unicum: “Niks overleeft het zo lang hier. Vergeleken met Arnhem, Nijmegen en Utrecht hebben we een cultuurachterstand van minimaal 50 jaar.” Het podium biedt ruimte aan verschillende gemeenschappen. Dat was niet per se het oorspronkelijke plan: ‘’Niemand had verwacht dat het meer over gemeenschappen huisvesten ging dan over een poppodium zijn.’’ Toch was dat precies waar de behoefte van de jongeren lag, en dus gaf Astrant daar gehoor aan. In Ede kan het volgens Xander vanwege het religieuze klimaat bijvoorbeeld lastig zijn om queer te zijn. “Er zijn zelfs scholen waar regenboogvlaggen in de fik worden gezet. Onbekend maakt onbemind.”
Juist daarom is de ruimte van Astrant volgens Xander zo belangrijk: “Een bezoeker vertelde me diens zusje voor het eerst in tijden weer gelukkig te hebben gezien door een bezoek aan ons poppodium. Dat gaat verder dan muzieksmaak, dat gaat over wie je bent.” Het ontmoeten van gelijkgestemden is dan ook precies waar Astrant zich onderscheidt van andere instellingen. Xander: “Bij een ‘regulier’ poppodium gaat het voornamelijk om een concert bezoeken. Je komt en gaat weer. Onze ruimte wordt daarentegen echt gebruikt als safe space voor gemeenschapsvorming, een tweede thuis.” Ook het vraaggericht werken maakt de organisatie uniek: “We zijn de enige in de gemeente die meegroeien met de veranderende behoeftes van jongeren.”
Gelijkwaardig partnerschap
Behalve de queer gemeenschap is Astrant er onder meer ook voor mensen met autisme. Xander: “Er bestond al wel een café voor hen, maar daar werden ze behandeld als patiënt: betuttelend en kinderachtig.” Vanuit de bezoekers zelf wordt bovendien ook regelmatig iets bedacht of geïnitieerd. “Er was bijvoorbeeld een moeder met een autistische dochter die weinig vriendinnen had. Die dochter was helemaal weg van de Japanse popcultuur. Zo ontstond de anime avond.” Daar werd het sociale belang van Astrant eens te meer benadrukt: “Andere bezoekers werden echt vriendinnen waar de dochter ook daadwerkelijk mee afsprak. Dat was al een halfjaar niet gebeurd.” Xander vervolgt: “Als ik van ouders hoor dat ze een lichtje hebben zien branden bij hun kinderen dat ze lang niet hebben gezien, dan raakt me dat echt.”
‘’Als ik van ouders hoor dat ze een lichtje hebben zien branden bij hun kinderen dat ze lang niet hebben gezien, dan raakt me dat echt.’’
– Xander van Soelen, oprichter en community builder bij Astrant
Maar hoe zorg je er dan voor dat je met deze gemeenschappen samenwerkt als gelijkwaardige partners? Xander legt uit dat het gaat over openheid, vertrouwen en mensen fouten laten maken. ‘’We doen eerst een paar avonden en dan gaan we evalueren. Je mag heus ook op je bek gaan. Na verloop van tijd, als die avonden goed gaan, krijgen mensen een sleutel van het pand en als er wat is, horen we het wel. Je moet mensen de ruimte geven om te ontwikkelen.’’ Dat betekent ook loslaten: ‘’Soms wil ik dat iets sneller gaat, maar dat is juist een interessant proces waarin je jezelf tegenkomt.’’ Een goede voorbereiding is daarbij belangrijk. “Ideeën moeten uiteindelijk concrete plannen op papier worden. Daarin moet altijd staan waarom en voor wie iemand iets bij Astrant wil organiseren. Daarna zijn er collega’s die meedenken over de praktische zaken.’’
Vertrouwen opbouwen
Misschien nog wel belangrijker is dat je ook het vertrouwen van de gemeenschap moet winnen. Dat doe je volgens Xander door te laten zien dat je luistert en door constant te verbeteren. “Iemand vroeg bijvoorbeeld waarom de toiletten niet genderneutraal waren. Dat was binnen een week opgelost door het urinoir en de wc-pot aan te geven.” Om kunnen gaan met feedback en kritiek zijn daarbij belangrijke eigenschappen. “Ik zeg ook wel eens verkeerde voornaamwoorden, en word daar dan op aangesproken. Als je daarvoor openstaat en het de volgende keer wél goed doet, is er niks aan de hand.” Ook benadrukt Xander het belang van oprechtheid: “Het moet geen act zijn. Bij Astrant willen we écht dat iedereen zich welkom voelt. Daarbij stellen we ons leerbaar op.”
‘’Ik zeg ook wel eens verkeerde voornaamwoorden, en word daar dan op aangesproken. Als je daarvoor openstaat en het de volgende keer wél goed doet, is er niks aan de hand.”
– Xander van Soelen
Die oprechtheid werkt. Mensen voelen zich welkom bij Astrant. Een bezoeker liet weten voor het eerst in tijden geen enkele opmerking te hebben gehad over hoe die eruitzag. Xander: “Bij ons laten mensen elkaar in hun waarde, dat is wat we als organisatie ademen. Daar hebben we keihard voor geknokt, en nu nog steeds.” Ondertussen is ook de populariteit van het poppodium toegenomen. “Mensen mailen ons nu vanzelf, omdat we vanaf het begin hebben ingezet op zichtbaarheid en goede begeleiding.”

Halloqueen 2024. Foto: Levi van Ginkel
Blijvende uitdaging
Toch ziet Xander ook nog ruimte voor verbetering. Zo blijft toegankelijkheid een aandachtspunt. Het oude gebouw werpt bijvoorbeeld drempels op voor rolstoelgebruikers. “Er is wel een lift gebouwd, maar met een elektrische rolstoel kun je niet naar beneden of naar het toilet,” zegt Xander daarover. “Dat is trouwens een keuze van de gemeente, niet van ons. We verhuizen binnenkort gelukkig naar een nieuw, toegankelijker gebouw.” Ondertussen probeert Astrant duidelijk te communiceren over de toegankelijkheid op een speciale webpagina, die met behulp van vrijwilligers is gemaakt. “Ook die externe, ervaringsdeskundige blik zorgt weer voor begrip en groei binnen de organisatie.”
Op het gebied van personeel en publiek ziet Xander nog verbeteringskansen. “Onze organisatie en ons publiek is erg wit, terwijl Ede grote Indische, Turkse en Marokkaanse gemeenschappen kent.” Toch is het niet altijd makkelijk daarbij aan te sluiten: “Omdat we zichtbaar veel met queer gemeenschappen samenwerken, denken mensen soms dat we een queerorganisatie zijn.” Zo wilden een aantal bezoekers niet herkenbaar op de foto, omdat ze niet geassocieerd wilden worden met dat imago. Xander: “Ik zie kansen om dat aan te pakken, maar ik weet nog niet precies hoe. Ik blijf er natuurlijk hard aan werken. Want als ik de mensen in Ede gelukkiger kan maken, ben ik ook gelukkig.”
Tips voor de culturele sector
Tot slot deelt Xander nog een aantal tips voor inclusief partnerschap.
Samenwerken met gemeenschappen is geen verdienmodel
Je moet het oprechte morele besef hebben dat er in je omgeving mensen zijn die gemarginaliseerd zijn en beter vertegenwoordigd moeten worden.Wees een bondgenoot
Je hoeft niet zelf tot de gemarginaliseerde groep te behoren om voor hun belangen te strijden.Accepteer dat je niet alles in één keer goed kunt doen
Je hoeft niet altijd alles gelijk goed te doen of te zeggen. Het gaat om het aannemen van een lerende houding, zowel als persoon als organisatie.Geef partners de ruimte om het anders te doen, jouw manier is niet dé manier.
Reflecteer op je eigen werkwijze voor je die van een ander afkeurt. Geef daarnaast mensen de ruimte om te leren en verbeteren.Maar: blijf je partners wel kritisch bevragen
Constant reflecteren op vooroordelen, positie en privileges – zowel van jezelf als van je partners – helpt om inclusief denken en handelen verder te verspreiden.

Halloqueen 2024. Foto: Levi van Ginkel