Toegankelijkheid in het Rijksmuseum: van project naar strategie
- Blog

Hoe maak je een museum écht voor iedereen? En wat betekent het om een museum te zijn waar iedereen zich welkom voelt? Voor ruim twee miljoen mensen met een beperking, fysiek, zintuiglijk, neurologisch of verstandelijk, is dat nog niet vanzelfsprekend. Toch zou kunst en cultuur voor iedereen toegankelijk moeten zijn. Volgens Cathelijne Denekamp, manager toegankelijkheid bij het Rijksmuseum, begint dat bij een andere manier van kijken. Niet de beperking staat centraal, maar hoe we onze omgeving inrichten.
Sinds 2016 is het VN-verdragover de rechten van personen met een handicap van kracht in Nederland. Dit verdrag heeft als doel de positie van mensen met een beperking structureel te verbeteren. Autonomie, gelijkwaardigheid en volwaardige participatie staan centraal, ook op het gebied van vrije tijd, zoals kunst, cultuur en erfgoed.
Wat Cathelijne hier persoonlijk belangrijk aan vindt, is de omslag in denken die het vertegenwoordigt. “Niet de beperking is het probleem, maar de manier waarop de samenleving is ingericht.” Als we onze omgeving toegankelijk maken, wordt een beperking simpelweg onderdeel van menselijke diversiteit. “ oegankelijkheid gaat daarmee over veel meer dan fysieke aanpassingen. Het gaat over mee kunnen doen, je welkom voelen, geïnspireerd raken en ergens bij horen.”

Cathelijne Denekamp, manager toegankelijkheid bij het Rijksmuseum
Een museum van en voor iedereen
Die gedachte vormt ook de basis van Cathelijnes werk als manager toegankelijkheid bij het Rijksmuseum. Het museum is immers van en voor iedereen. Dat betekent dat iedereen het museum zelfstandig en gelijkwaardig moet kunnen bezoeken of er kan werken, zich welkom voelt en zichzelf kan herkennen in wat er wordt getoond en verteld. Daarover zegt Cathelijne: “Toegankelijkheid gaat dus niet alleen over toegang, maar ook over daadwerkelijk mee kunnen doen en erbij horen.”
Van programmering naar een bredere aanpak
Sinds 2017 werkt het Rijksmuseum structureel aan toegankelijkheid. In dat jaar werd een manager toegankelijkheid aangesteld. In eerste instantie lag de focus vooral op de programmering, omdat deze rol onderdeel was van de afdeling Publiek & Educatie. Dat was een logische plek om te beginnen: door toegankelijke programmering aan te bieden, maak je het museum aantrekkelijker voor mensen met een beperking.
Maar al snel werd duidelijk dat het om zoveel meer gaat dan alleen programmering. Op fysiek vlak gaat het bijvoorbeeld om bouwkundige aanpassingen. Op sociaal vlak wordt geïnvesteerd in bewustwording onder medewerkers. Ook digitale toegankelijkheid speelt een rol, bijvoorbeeld bij het online bezoeken van het museum en kopen van tickets. Daarnaast is er aandacht voor representatie van mensen met een beperking in de collectie.

Toegankelijkheid als strategische uitgangspunt
In de loop der jaren is toegankelijkheid binnen het museum steeds verder gegroeid. Wat begon als een project, werd een prioriteiten uiteindelijk een uitgangspunt. Sinds 2023 is de functie van manager toegankelijkheid daarom ondergebracht bij de afdeling Directors Office en strategische planvorming. Hierover zegt Cathelijne: “Daarmee benadrukken we dat toegankelijkheid een museumbreed onderwerp is dat integraal onderdeel moet zijn van de organisatie.”
In de praktijk betekent dit dat verschillende afdelingen werken aan hun eigen initiatieven, die samen bijdragen aan één gedeelde ambitie: dat mensen met een beperking volwaardig kunnen meedoen in het Rijksmuseum. Om die samenwerking te versterken, is er een werkgroep toegankelijkheid waarin medewerkers uit verschillende afdelingen vertegenwoordigd zijn. Zij komen elk kwartaal bij elkaar om kennis te delen, voortgang te bespreken en elkaar te inspireren. “Mijn rol verschuift daarbij steeds meer van uitvoeren naar verbinden, begeleiden en kennis delen. Toegankelijkheid wordt niet door één persoon gerealiseerd, maar door een hele organisatie die dit als gezamenlijke verantwoordelijkheid ziet,” aldus Cathelijne.
Toegankelijkheid in beeld: theory of change
Om de samenwerking inzichtelijk te maken, werkt het Rijksmuseum met een theory of change. Dit model laat zien hoe verschillende onderdelen van de organisatie, van programmering en gebouw tot digitale toegankelijkheid en HR, samen bijdragen aan één doel: een toegankelijk Rijksmuseum voor iedereen.

Wat werkt voor één, werkt voor velen
Oplossingen voor toegankelijkheid werken vaak voor veel meer mensen. Cathelijne legt uit: “We spreken vaak over “mensen met een beperking”, maar beperkingen zijn niet altijd permanent. Iemand kan slechthorend zijn, tijdelijk minder goed horen door een oorinfectie, of simpelweg moeite hebben om een rondleider te verstaan door de drukte in een ruimte. Als je de akoestiek verbetert voor slechthorende bezoekers, wordt het eigenlijk voor iedereen prettiger.”
Dit principe wordt door Microsoft mooi verwoord als: solve for one, extend to many. Wanneer je een oplossing ontwikkelt voor een specifieke doelgroep, profiteren vaak veel meer mensen daarvan. Een toegankelijk museum is simpelweg een beter museum voor iedereen.
Een belangrijk uitgangspunt voor ons toegankelijksbeleid is het motto van het VN-verdrag Handicap: Nothing About Us Without Us. “Mensen met een beperking moeten altijd betrokken worden bij de keuzes die worden gemaakt, Daarom werkt het Rijksmuseum samen met ervaringsdeskundigen, belangenorganisaties en toegankelijkheidsexperts, zowel binnen als buiten het museum,” zegt Cathelijne.
Toegankelijkheid is nooit af
Cathelijne benadrukt: “Ik realiseer me dat we er nog lang niet zijn. Toegankelijkheid is geen project met een eindpunt, maar een onderwerp dat blijvend aandacht vraagt. Er is nog ontzettend veel te doen. Je bent niet klaar wanneer je eenmaal richtlijnen hebt opgesteld voor bijvoorbeeld tentoonstellingen. Elke situatie is anders en vraagt om nieuwe afwegingen. Juist daarom is het zo belangrijk om steeds opnieuw in gesprek te blijven, met collega’s, met experts en vooral met mensen met een beperking zelf, over de verschillende mogelijkheden om kunst toegankelijk te maken.”
Ook de samenwerking met andere musea speelt hierin een belangrijke rol. “Uiteindelijk gaat het om een ambitie die verder reikt dan één museum: een culturele sector waarin iedereen kan meedoen,” aldus Cathelijne.