23 februari 2026

Neurodivergentie is breder dan je denkt: een pleidooi voor radicale inclusie

  • Blog

Als we het hebben over neurodivergentie (niet te verwarren met neurodiversiteit), denken veel mensen vooral aan autisme en ADHD. Soms, als je geluk hebt, wordt dyslexie ook genoemd. Maar wist je dat neurodivergent eigenlijk veel breder is? Neurodivergentie gaat namelijk over wie als ‘normaal’ wordt gezien, en wie niet. Wat betekent dat voor macht, beleid en toegang in de maatschappij? In hun nieuwste blog voor de Code D&I pleit Jopie Louwe Kooijmans voor radicale inclusie, en dat gaat verder dan de werkplek.

Kassiane Asasumasu, bedenker van het woord neurodivergent, omschrijft het als het hebben van een geest die afwijkt van de dominante maatschappelijke normen van ‘normaal’.[1] Het is dus geen medische term, maar een sociopolitieke positie. Zoals Asasumasu benadrukt: “het is niet nóg een instrument van uitsluiting, maar juist een instrument van inclusie”.[2]

Iedereen kan neurodivergent worden

Sinds het woord neurodivergent is bedacht zijn er veel mensen die de betekenis proberen te veranderen of smaller te maken. Recht tegen Asasumasu’s inclusieve intentie in. Veel mensen zijn al neurodivergent zonder het te beseffen. Je bent één flinke depressie, één psychose, één verslaving of één ongeval verwijderd van neurodivergent zijn. Daarnaast nemen je geheugen en andere cognitieve functies af naarmate je ouder wordt. Dat is ook neurodivergentie.

Je kunt permanent neurodivergent zijn, of tijdelijk. Je kan ermee geboren zijn, of op latere leeftijd worden. Epilepsie, het syndroom van Down, verstandelijke beperkingen, PTSS, angststoornissen, dementie, verslaving, cerebrale parese, bipolariteit, schizofrenie, Tourette - het valt allemaal onder de paraplu van neurodivergentie. Het hoeft niet eens een naampje te hebben of een diagnose te zijn. Het heeft namelijk niet zo veel met je brein zélf te maken, maar met de positie die je hebt in de samenleving als gevolg van je brein. Als je functioneert, informatie verwerkt, nadenkt, ervaart, leert, communiceert en intelligent bent op een manier die past binnen wat we wenselijk vinden, ben je neurotypisch. Als je neurodivergent bent, wijk je daarvan af.

"Neurodivergentie heeft niet zo veel met je brein zélf te maken, maar met de positie die je hebt in de samenleving als gevolg van je brein."

- Jopie Louwe Kooijmans (NeuroElfje)

Is de term te breed? Juist niet

Is de term neurodivergent dan niet te breed? Heeft het nog wel betekenis? Jazeker. Vergelijk het met een andere veelgebruikte sociopolitieke term: handicap. We weten heel goed hoe breed deze term is en wat het betekent. Er zijn veel verschillende soorten handicaps die verschillend zijn van elkaar. Handicap is niet alleen een persoonlijke beperking, maar wordt ook voor een groot deel bepaald door je omgeving. Als je een rolstoel gebruikt en de lift is kapot, wordt jouw handicap groter doordat jouw omgeving je buitensluit. Je handicap kan tijdelijk zijn, zoals een gebroken been, of permanent. Je kan ermee geboren worden, of het later krijgen door bijvoorbeeld een ongeval of ziekte. En er zijn veel meer mensen gehandicapt dan vaak wordt gedacht. Hetzelfde geldt voor neurodivergentie.

Echte neuro-inclusie gaat verder dan werkplekken

Echte neuro-inclusie bereik je niet alleen met toegankelijke werkplekken en "high-performing teams." Voor mensen met een verstandelijke beperking bijvoorbeeld, zijn onderwijs, werk of autonomie over je leven absoluut niet vanzelfsprekend. Nemen we hen ook mee? Hebben zij niet net zo veel recht op bestaanszekerheid en gelijke behandeling? Hoe zorgen we ervoor dat ook hún mensenrechten worden gerespecteerd?

Het neurodiversiteitsparadigma stelt dat er geen goed of verkeerd brein bestaat. Maar maatschappelijke structuren in de samenleving delen ons wel degelijk op in deze categorieën. Echte neuro-inclusie begint pas als we die structuren afbreken die ons onderdrukken.

Neurodivergentie en andere vormen van onderdrukking

Die structuren zijn dezelfde als die ook andere groepen onderdrukken, zoals Zwarte en bruine mensen, vrouwen, gehandicapte mensen en LHBTQIAP+’ers. Zij wijken in die zin ook af van de norm, en worden daarom niet gelijkwaardig behandeld. Net als neurodivergente mensen worden zij ook onderdrukt door structuren van uitsluiting in de samenleving. Onze strijd voor gelijke rechten is dus met elkaar verbonden. Om die structuren af te breken moeten we onze eigen vooroordelen en ideeën over wat normaal en wenselijk is continu kritisch bevragen. We moeten kijken naar onze sociale vangnetten, bestaanszekerheid en kwaliteit van leven. Wetten moeten getoetst worden zodat onze mensenrechten worden gewaarborgd. We moeten allemaal toegang krijgen tot onderwijs en goede gezondheidszorg. Iets als het toeslagenschandaal, dat niet alleen Zwarte en bruine mensen, maar ook gehandicapte en neurodivergente mensen keihard raakte, mag nooit meer gebeuren.

Onze samenleving als geheel moet beter en gelijkwaardiger

Eigenlijk zijn we pas klaar als het woord neurodivergent niet meer nodig is. Als we allemaal een gelijkwaardige sociale en politieke positie in de samenleving hebben. We hebben nog heel, heel erg veel werk te verzetten voor dat het geval is.

Wat betekent dit voor de culturele sector? Jopie deelt een aantal lessen.

  1. Toets je norm, en laat dit doen door ervaringsdeskundigen. Beleid is nooit neutraal. Onderzoek regelmatig welk 'normaal' je hanteert en wie daardoor buitenspel staat. Wat voor de een als vanzelfsprekend geldt, kan voor anderen een structurele drempel zijn.

  2. Streef naar gelijkwaardigheid, niet naar gelijke behandeling. Iedereen hetzelfde behandelen is niet hetzelfde als iedereen gelijkwaardig behandelen. Gelijkwaardigheid vraagt om ruimte voor verschillende behoeften en vormen van ondersteuning.

  3. Pas je structuren aan, niet de persoon. Vraag actief naar toegankelijkheidsbehoeften en maak het normaal om die te bespreken. De verantwoordelijkheid voor aanpassing ligt bij de organisatie, niet bij de neurodivergente medewerker, maker of deelnemer.

  4. Verbreed je idee van professionaliteit. Eigenaarschappen als snelheid, extraversie of constante beschikbaarheid zijn geen neutrale maatstaven voor talent. Maak ruimte voor verschillende werkstijlen en manieren van creëren.

  5. Zie neuro-inclusie als een rechtvaardigheidskwestie. Neuro-inclusie gaat niet alleen over welzijn, maar ook over macht en toegang. Wie mag meedoen, beslissen en bestaan zonder zich aan te passen aan de norm?

  6. Communiceer wat je doet aan neuro-inclusie naar de buitenwereld op je website en via sociale media. Is er bijvoorbeeld een prikkelarme ruimte of schrijftolk? Helaas is het zo dat als het niet zichtbaar is, neurodivergente mensen en gehandicapte mensen ervanuit moeten gaan dat het er niet is. Dat is zonde want dan sluit je nog steeds mensen buiten. En het kost veel energie om hier steeds zelf achteraan te moeten gaan.

[1] NEURODIVERSITY: SOME BASIC TERMS & DEFINITIONS

[2] PSA from the actual coiner of “neurodivergent”