Met Wenschede brengt Reisopera muziektheater naar Enschedese kinderen toe
- PProgramma
- PPubliek
- PPartners

Foto: Annina Romita
Wat gebeurt er als je kinderen niet uitnodigt in het theater, maar het theater naar de kinderen brengt door de wijken in te trekken? De Nederlandse Reisopera deed het met Wenschede: een stadsbreed initiatief waarin kinderen uit alle hoeken van Enschede samen met de Reisopera hun ideeën over de stad vertaalden naar een eigen voorstelling. De Code D&I sprak met Iris de Vries, Marie-Claire Persijn en Merle te Velthuis over het verlagen van drempels, over kinderen echte regie en creatieve ruimte geven, en over de inzichten die deze vorm van co-creatie opleverde.
Het project begon met een geïllustreerd boekje waarin vier personages, elk verbonden aan een stadsdeel van Enschede, hun dromen voor de stad deelden. Het werd verspreid via bibliotheken, scholen, BSO’s en wijkcentra. “Het boekje diende als inspiratiebron, en zorgde dat de kinderen alvast warm werden gemaakt voor het project.” legt Marie-Claire uit. “Het idee was dat kinderen tussen de 7 en 12 jaar uiteindelijk zelf hun wens voor Enschede kwamen insturen.” Iris vult aan: “Kinderen moesten hier vrij over kunnen nadenken. Ze krijgen de hele dag al van alles opgelegd.”
De wensen werden op allerlei manieren opgehaald. “Er stonden wensputten door de hele stad, er werden knutselworkshops georganiseerd in buurtspeeltuinen en er werden kleurplaten uitgedeeld,” vertelt Iris. Uiteindelijk werden er van de 210 ingestuurde wensen 8 gekozen door een vakjury en via publieksprijzen. Die wensen vormden de basis van de voorstellingen die uiteindelijk werden gemaakt. De thema’s verschilden enorm. Merle: “er zaten wensen tussen zoals ‘geen oorlog’ of ‘minder afval.’ Maar er was bijvoorbeeld ook een meisje dat een kerkhof middenin de stad wilde bouwen, zodat ze haar overleden vader gemakkelijk zou kunnen bezoeken.”

Foto: Tom Knol
Kinderen de regie
Na de selectie trok het project letterlijk de wijken in: de buurtspeeltuinen, vaak met een klein gebouw erbij, werden het kloppend hart. Kinderen konden in acht weken tijd hun eigen voorstelling maken in een van de acht deelnemende speeltuinen, met ieder een eigen thema als rode draad. “We wilden iets mét de kinderen maken, niet óver hen,” vertelt Iris. “Op twee liedjes na lag alles nog open. Er was natuurlijk wel begeleiding, maar de kinderen hadden zelf de regie: hun ideeën waren leidend.”
Dat vroeg ook om een flexibele houding van het artistiek team, bijvoorbeeld toen er in één van de speeltuinen een groepje kinderen was dat alleen maar wilde improviseren. “Dat vonden zij het leukste, dus dat hebben we toen ook gewoon gedaan,” vertelt Merle. “Daarmee zet je de kinderen in hun kracht. Als je ze een script had gegeven waren ze op een gegeven moment afgehaakt. Zo hielden we ze aan boord.” Ook aan deelname waren geen regels verbonden, juist om nog weer een drempel weg te nemen. Iris: “Kinderen konden aansluiten en meedoen wanneer ze maar wilden. Behalve de laatste paar keer, zodat we naar een presentatie toe konden werken. Maar daarvoor was er vrije inloop, en kon iedereen op verschillende manieren meedoen. Behalve met zingen en spelen ook met het maken van decors en kostuums.”

Foto: Wieger Dam
Uit de culturele ivoren toren
De samenwerking met Stichting Enschedese Speeltuinen was cruciaal. “Die speeltuinen zitten echt in de haarvaten van de stad,” vertelt Iris. “Daar komen kinderen die we met regulier theateraanbod nooit zouden bereiken.” Het gaat vaak om kinderen die al dagelijks in de speeltuin te vinden zijn: omdat kinderopvang te duur is, omdat er thuis weinig ruimte of rust is, of omdat de speeltuin simpelweg een veilige en vertrouwde plek. “Deze plekken vervullen een belangrijke maatschappelijke functie,” vertelt Iris. Juist deze kinderen in aanraking brengen met kunst en cultuur was een belangrijke drijfveer achter Wenschede. “Je gunt ieder kind de kans om zich creatief en expressief te ontwikkelen,” aldus Marie-Claire.
"In buurtspeeltuinen komen kinderen die we met regulier theateraanbod nooit zouden bereiken."
Iris de Vries
Ook Stichting Humankind sloot met verschillende BSO-groepen aan. “Voor hen was het veel makkelijker om naar de speeltuin te komen dan naar een cultureel gebouw in de binnenstad,” vertelt Iris. “Maar het gaat ook over verbinding,” vult Marie-Claire aan. “Je brengt op deze manier kinderen samen die elkaar anders nooit zouden tegenkomen.” Merle ziet daarin vooral de kracht van samen zingen en spelen: “zingen en creatief bezig zijn, zijn heel bijzondere vormen van verbondenheid. Je maakt op een andere laag contact met elkaar.”
Leerzaam voor professionals
Voor de medewerkers van de Reisopera bleek het project minstens zo leerzaam als voor de kinderen. “Je leert om echt los te laten,” zegt Marie-Claire. “Kinderen denken anders, stellen andere vragen en komen met oplossingen waar je zelf nooit op was gekomen. Dat vroeg ook om meer flexibiliteit: plannen voortdurend aanpassen en soms het proces volgen in plaats van sturen of kaderen.” Ze zag ook hoe snel kinderen onderling verbinding maken: “Ze vormen razendsnel een groep. Daar kunnen wij als volwassenen echt iets van leren.” Ook voor Merle bracht het project een andere kijk op theater maken: “dingen waarvan ik dacht dat ze niet zouden kunnen, bleken ineens toch mogelijk toen we de gedachten gang van de kinderen volgden.” Iris vertelt over collega Niels, die vooraf twijfelde of werken met kinderen wel iets voor hem was. “Hij ontdekte dat hij het eigenlijk geweldig vond. Dat hij die verbinding kon maken, en dat kinderen zo enthousiast en leergierig zijn.”
Lessen voor de culturele sector
Tot slot delen Iris, Marie-Claire en Merle nog enkele tips voor co-creatie met kinderen
Geef kinderen echte regie. Laat ideeën van kinderen niet symbolisch zijn, maar daadwerkelijk richtinggevend voor het eindresultaat.
Zie kinderen als gelijkwaardige makers. Neem hun ideeën serieus, ook als ze afwijken van je oorspronkelijke plan: juist daar ontstaan nieuwe inzichten, ook voor professionals.
Stap uit je ivoren toren. Ga naar plekken waar kinderen al zijn: in buurten, speeltuinen en wijkcentra. Wacht niet tot zij naar jou komen.
Verlaag drempels maximaal. Werk met open inloop, zonder strenge verplichtingen en meerdere manieren om mee te doen (spelen, maken, zingen, bouwen).
Houd de kaders licht. Een klein stramien helpt, maar laat ruimte voor improvisatie, experiment en onverwachte wendingen.