29 april 2026

Jeugdtheaterschool Zuidoost maakt ruimte voor neurodivergent talent

  • PPubliek
  • PProgramma
Foto van meerdere deelnemers aan de Jeugdtheaterschool Zuidoost. Een meisje met hoofddoek staat in het midden van het podium met haar handen in de lucht. De andere deelnemers zitten, staan en knielen op het toneel om haar heen, met het gezicht naar haar gericht.

Toen theaterdocent Emése van der Steen tijdens haar stage het advies kreeg om een leerling met “gedragsproblemen” uit de klas te sturen, begon er iets te wringen. Juist de jongeren die vaak worden afgewezen of als ‘niet geschikt’ worden gezien voor theater, trokken haar aandacht. Die interesse groeide uit tot een speciale leerlijn bij Jeugdtheaterschool Zuidoost (JTSZO) in Amsterdam, waar ze inmiddels behalve docent ook artistiek coördinator is. Hier krijgen neurodivergente kinderen en jongeren wél de ruimte om theater te maken. Het is een plek die laat zien dat wie elders buiten de boot valt juist kan groeien, mits je tijd, aandacht en geduld hebt.

Hoewel JTSZO al werkte met een diverse groep kinderen en jongeren, bleven neurodivergente kinderen (zoals jongeren met autisme, AD(H)D of een andere ondersteuningsbehoefte) ook hier aanvankelijk buiten beeld. “Ik dacht: zij willen toch ook theater maken? Waarom zijn ze er niet?” Die vraag maakte zichtbaar hoe hardnekkig aannames binnen de sector zijn. “Er leeft vaak het idee dat theater niet geschikt zou zijn voor deze doelgroep, bijvoorbeeld omdat zij zich minder goed zouden kunnen inleven of moeilijker contact maken.

De kracht van verbeelding

In de praktijk blijkt het tegenovergestelde waar. “Die behoefte aan contact en verbeelding is juist enorm,” vertelt Emése. “Alleen wordt gedrag vaak verkeerd gelezen, omdat we kijken vanuit een neurotypische norm.” Ze vertelt hoe theater voor deze jongeren juist een plek kan zijn waar ze even niets hoeven. Geen schoolprestaties, geen constante correctie, maar ruimte om te spelen, te ervaren en een andere rol aan te nemen. “Even ontsnappen aan de dagelijkse realiteit en in een andere wereld stappen is voor iedereen waardevol. Misschien voor hen nog wel meer.”

Foto van meerdere deelnemers aan de Jeugdtheaterschool Zuidoost. Ze zitten aan een lange tafel naast elkaar. Een meisje in het midden staat rechtop en doet alsof ze zingt of praat in een microfoon. De anderen kijken vol bewondering naar haar.

Een andere manier van werken

Om die ruimte te creëren, moest de werkwijze fundamenteel veranderen. Dat begint bij praktische aanpassingen, zoals prikkelarme ruimtes, duidelijke en rustige communicatie, en de mogelijkheid om tijdelijk uit een repetitie te stappen als het te veel wordt. “Soms heeft een kind gewoon een time-out nodig. Dan is het belangrijk dat die ruimte er is, zonder dat het meteen als ‘falen’ wordt gezien.”

Ook het maakproces werd anders ingericht. In het regulier theateronderwijs vaak wordt gestart met gesprekken of opdrachten als ‘bedenk een personage.’ “Maar dat is voor deze doelgroep te abstract,” legt Emése uit. “Wij beginnen juist met gewoon doen.” Door middel van improvisatie, muziek, objecten en beweging ontdekken leerlingen spelenderwijs wat hen aanspreekt. Docenten observeren en bouwen van daaruit scènes en verhalen. “Soms zie je bijvoorbeeld dat een leerling steeds hetzelfde type speelt, zoals een zakelijk of streng personage, zonder dat die dat zelf kan uitleggen. Door te kijken in plaats van te vragen, ontdek je waar iemands voorkeur ligt en kun je dat verder uitbouwen.”

Geduld en vertrouwen

Wat het werk complex maakt, is dat de jongeren uit Amsterdam Zuidoost vaak te maken hebben met meerdere vormen van kwetsbaarheid tegelijk. Naast neurodiversiteit spelen ook factoren als armoede, instabiele thuissituaties en eerdere schoolervaringen een grote rol. “Veel van deze kinderen hebben al vaak gehoord: dit is niet voor jou, dit lukt je niet,” zegt Emése. “Dat doet iets met je zelfvertrouwen en met je vertrouwen in anderen.”

“Veel van deze kinderen hebben al vaak gehoord: dit is niet voor jou, dit lukt je niet.”

- Emése van der Steen, theaterdocent en artistiek coördinator Jeugdtheaterschool Zuidoost

Vertrouwen moet daarom langzaam worden opgebouwd, en dat vraagt om geduld en continuïteit. “Je kunt dit niet tijdelijk doen. Je moet blijven, ook als het schuurt of moeilijk wordt.” Dat legt ook een verantwoordelijkheid bij de sector. “Als we dit serieus nemen, moet het ook in opleidingen terugkomen. Studenten moeten dit zien, ervaren en oefenen. Inclusief werken vraagt niet alleen een andere houding, maar ook structurele investering in kennis, tijd en ervaring.”

Drempels verlagen

Dat werkte ook door in de manier waarop jongeren werden bereikt. In plaats van te wachten tot jongeren naar het theater komen, ging JTSZO actief naar de scholen toe. “Zeker bij deze kinderen geldt: je moet ze eerst ontmoeten in hun eigen omgeving. Dan bouw je herkenning op. Door lessen op scholen te geven, leren leerlingen de docenten kennen. Ze ervaren wat theater kan zijn, zonder dat ze meteen een grote stap hoeven te zetten.”

Toch blijven er praktische barrières bestaan, vooral financieel. Hoewel deelname aan het programma gratis is, blijkt bijvoorbeeld vervoer nog een groot knelpunt. “Sommige kinderen kunnen niet zelfstandig reizen, ouders hebben daar niet altijd de middelen voor.” vertelt Emése. Er werd een taxibusje geregeld, deels betaald door de organisatie en deels door ouders, maar zelfs dat bleek voor sommigen te duur. “We zijn leerlingen kwijtgeraakt die heel graag wilden, puur omdat het financieel niet haalbaar was.” 

Dat laat volgens Emése laat dat zien dat het systeem nog onvoldoende aansluit op deze doelgroep. “Fondsen en regelingen zijn vaak ingericht vanuit het idee dat geld naar de inhoud moet gaan, niet naar randvoorwaarden zoals vervoer. Maar voor deze jongeren ís dat geen randvoorwaarde, het is de voorwaarde. Gelijke kansen creëren vraagt daarom om een andere manier van financieren. Soms betekent dat gewoonweg ongelijk investeren.”

“Gelijke kansen creëren vraagt om een andere manier van financieren. Soms betekent dat gewoonweg ongelijk investeren.”

- Emése van der Steen

Foto van meerdere deelnemers aan de Jeugdtheaterschool Zuidoost. Drie meisjes staan naast elkaar op het podium. De middelste praat in een microfoon en wijst daarbij de anderen aan. De meisjes links en rechts aan de buitenkant wijzen met hun rechterhand naar voren.

Veerkracht, vriendschap en representatie

De investering is het altijd meer dan waard. De impact begint vaak bij iets ogenschijnlijk kleins: zelfvertrouwen. “Kinderen ervaren: ik kan dit. Ik hoor hier.” Dat gevoel groeit uit tot veerkracht: het vermogen om met tegenslag om te gaan en nieuwe uitdagingen aan te durven. “Dat is misschien wel het belangrijkste wat ze hier leren, en dat nemen ze mee naar andere plekken in hun leven.”

Daarnaast ontstaan er sociale verbindingen die voor veel van deze jongeren niet vanzelfsprekend zijn. “Jongeren die op school moeilijk aansluiting vinden, bouwen hier vriendschappen op.” Ze komen eerder naar de les, blijven hangen en zoeken elkaar op. Ook groeit hun interesse in kunst en cultuur. “Ze willen voorstellingen zien, stellen vragen, worden nieuwsgierig.” Daarmee verschuift hun perspectief: van deelnemer naar mogelijke maker. “Op de lange termijn draagt dat ook bij aan meer diverse verhalen en representatie op podium.”

Lessen voor de sector

Waar moet je volgens Emése aan denken als je met neurodivergente jongeren aan de slag wil?

  • Gelijke kansen vragen om ongelijke aanpak. Niet elke leerling heeft hetzelfde nodig om mee te kunnen doen. Door flexibiliteit in te bouwen, van pauzes tot verschillende werkvormen, ontstaat er ruimte waarin iedereen kan groeien.

  • Begin niet met praten, maar met doen. Voor veel neurodivergente jongeren is taal niet het startpunt. Door te werken met spel, beweging en improvisatie worden voorkeuren en verhalen zichtbaar. Woorden volgen later.

  • Toegankelijkheid zit ook in randvoorwaarden. Gratis aanbod alleen is niet genoeg. Denk ook aan vervoer, begeleiding en ouderbetrokkenheid. Als die randvoorwaarden ontbreken, haken leerlingen alsnog af.

  • Investeer in relaties, niet alleen in projecten. Samenwerking met scholen, ouders en zorgpartners vraagt tijd en aanwezigheid. Vertrouwen ontstaat niet vanzelf. Je moet het actief opbouwen en onderhouden.

  • Blijf, juist als het schuurt. Veel van deze jongeren zijn al vaak afgewezen. Continuïteit is daarom cruciaal. Inclusief werken betekent ook: niet afhaken als het moeilijk wordt, maar juist ruimte blijven maken.