In gebaren verbonden: zo maken musea ruimte voor NGT
- PPubliek
- PProgramma

Foto: Sake Elzinga
Hoe zorg je ervoor dat dove en slechthorende bezoekers zich echt welkom voelen in een museum? Op 23 september, de Internationale Dag van de Gebarentalen, staan we hierbij stil. In Nederland zijn naar schatting 1,5 miljoen mensen doof of slechthorend. Hoewel de Nederlandse Gebarentaal (NGT) in 2021 officieel erkend is, is gebarentaal nog lang niet overal vanzelfsprekend. We spraken het Maritiem Museum Rotterdam, het Drents Museum en Musea in Gebaren over wat musea kunnen doen. Zij laten zien dat toegankelijkheid verder gaat dan een rondleiding in Nederlandse Gebarentaal.
Begin bij de mensen om wie het gaat
Voor het Maritiem Museum begon het met een concrete ervaring. Tijdens de tentoonstelling Maritieme Meesterwerken’, onderdeel van Boijmans bij de Buren), maakte het museum kennis met rondleidingen in NGT. “We zagen hoeveel waarde het heeft wanneer bezoekers een museumverhaal kunnen beleven in hun eigen taal. Dat inspireerde ons om ook binnen het Maritiem Museum rondleidingen in NGT aan te bieden”, vertelt Marieke van Os, senior educator bij het Maritiem Museum Rotterdam. Die rondleidingen worden gegeven door Kirsten de Ven. Zij is zelf doof en opgeleid als museumdocent. Daardoor kan zij vanuit haar eigen ervaring aansluiten bij dove bezoekers. “Het zorgt voor herkenning en een inclusieve ervaring.”
Kirsten Kampinga van het Drents Museum vertelt dat daar een bredere zoektocht naar toegankelijkheid aan voorafging. Dat leidde tot een multizintuigelijke inrichting van de vaste collectiepresentatie Labyrinthia, met tastobjecten, geuren, beschrijvingen, beeld en geluid. Vanuit het motto ‘Samen als het kan, apart als het nodig is’ ontstond vervolgens de vraag: wat hebben dove bezoekers specifiek nodig? Zo kwamen ook daar NGT-rondleidingen tot stand.
Toegankelijkheid gaat over meer dan binnenkomen
Een toegankelijk gebouw betekent nog niet automatisch een toegankelijk museumbezoek. “Voor veel dove bezoekers is NGT hun eerste taal. Een rondleiding in gebarentaal zorgt ervoor dat zij het verhaal direct in hun eigen taal kunnen beleven, zonder tussenkomst van een tolk gebarentaal”, vertelt Marieke van het Maritiem Museum Rotterdam.
De gidsen vertalen de informatie zelf naar een rondleiding die past bij hun doelgroep. Waar nodig bedenken ze ook gebaren voor kunstenaarsnamen die nog geen eigen gebaar hebben. Die aandacht voor de manier waarop bezoekers de collectie kunnen ervaren, trekt het museum breder door. Zo ontwikkelt het museum ook aanbod voor blinde en slechtziende bezoekers en voor mensen met dementie. Om dit professioneel aan te pakken, is het museum aangesloten bij Toegankelijk Museum.
Kirsten Kampinga legt uit dat geschreven Nederlands voor dove bezoekers die NGT als eerste taal gebruiken, een tweede taal kan zijn. Alleen informatie op papier of op een scherm aanbieden, is daarom niet altijd voldoende. Het museum werkt er nu aan om de filmpjes in de vaste collectiepresentatie ook van een NGT-vertaling te voorzien.

Zoek de doven- en slechthorendengemeenschap actief op
Volgens Roos Wattel, oprichter van Musea in Gebaren, onderdeel van stichting IN Gebaren, begint toegankelijkheid bij contact met de dovengemeenschap zelf. “De dovengemeenschap is vaak een compleet onbekende doelgroep. Musea weten vaak niet wat de behoeften zijn van doven en slechthorenden en hoe ze deze doelgroep kunnen bereiken. Er is een kloof aanwezig.” Door je te verdiepen in die doelgroep, benadrukt ze, zie je pas welke concrete stappen echt helpen.
Daarom begint toegankelijkheid met contact. Het Kirsten van het Drents Museum herkent dat: “Ze maken niet gebruik van dezelfde socials waar veel andere mensen gebruik van maken,” en “Je moet ze overtuigen dat het museum ook iets voor hen te bieden heeft.”
Ook Marieke van het Maritiem Museum noemt het bereiken van de doelgroep een uitdaging. “Je moet goed weten via welke kanalen je mensen kunt bereiken en met welke organisaties en netwerken je daarvoor kunt samenwerken. Collega's bij de kassa en op de museumvloer moeten bijvoorbeeld weten dat er bezoekers kunnen zijn die niet of minder goed kunnen horen.” De collega's op de vloer krijgen daarom altijd vooraf een aantal gebaren aangereikt, zodat ze bezoekers welkom kunnen heten in hun eigen taal. Kirsten Kampinga benadrukt dat toegankelijkheid niet bij één persoon of afdeling moet liggen. Haar advies aan andere musea: neem collega’s mee in het proces, “van de directie tot de beveiliging en de kassa”, zodat iedereen de handvatten heeft om een bezoek soepel te laten verlopen.

Roos Wattel. Foto: Elisa Hartog
Lijkt de doelgroep klein? Kijk verder dan bezoekersaantallen
Aan musea die twijfelen omdat de doelgroep ‘te klein’ zou zijn, geven Marieke van Os van het Maritiem Museum en Kirsten Kampinga van het Drents Museum een duidelijk antwoord. Van Os: “Een museum is er niet alleen voor de grootste groep bezoekers. Je bent er voor iedereen die interesse heeft in je collectie en je verhaal.”
Ook praktisch zijn er meer mogelijkheden dan wachten op individuele inschrijvingen. Kampinga vertelt dat het Drents Museum bijvoorbeeld samenwerkt met vaste partners die groepsbezoeken organiseren. Zo komt het Maculacafé in Assen bij iedere nieuwe tentoonstelling langs. Haar advies: “Probeer niet te denken in problemen, maar in kansen.”
Maak toegankelijkheid onderdeel van wie je bent
Een NGT-rondleiding is een mooie stap. Maar één activiteit maakt een museum nog niet structureel toegankelijk. Volgens Roos Wattel van Musea in Gebaren is daarom een langetermijnblik nodig. Neem toegankelijkheid op in beleid, missie, visie en meerjarenplannen. Reserveer er budget voor en maak verschillende afdelingen medeverantwoordelijk.
Zie het niet als een los project met een begin en een einde, maar als een vast onderdeel van het museum. Net zo onmisbaar als de beveiliging van het museum.
- Roos Wattel, oprichter Musea in Gebaren
“Dat begint dus met het bewustzijn dat toegankelijkheid altijd een onderdeel van de identiteit van het museum is, en niet iets wat ervan los staat. Zie het niet als een los project met een begin en een einde, maar als een vast onderdeel van het museum. Net zo onmisbaar als de beveiliging van het museum, ” aldus Roos Wattel. Zo voorkom je dat toegankelijkheid afhankelijk blijft van één enthousiasteling, één project of tijdelijk budget. Het wordt onderdeel van hoe de organisatie werkt en keuzes maakt.
Zelf beginnen? Maak de eerste stap klein
Kirsten is eerlijk over de snelste route: “Als je morgen wil beginnen, dan kan je als eerste stap een tolk Nederlandse Gebarentaal inhuren. Is dit de beste stap? Nee, maar het is wel de snelste oplossing.” Begin met contact zoeken met de dovengemeenschap bij jouw museum in de buurt. Ga in gesprek en luister naar hun ervaringen en behoeften. Kijk vervolgens samen welke eerste stap haalbaar is.
Het personeel van een museum mag zich goed bewust zijn van de oorspronkelijke functie van het museum: de collectie toegankelijk maken voor iedereen. En dat 'iedereen' dan ook echt iedereen betekent.
- Roos Wattel
Roos Wattel voegt daar de langetermijnblik aan toe. Zorg dat het niet bij een eenmalig project blijft. Intrinsieke motivatie is heel belangrijk. Het personeel van een museum mag zich goed bewust zijn van de oorspronkelijke functie van het museum: de collectie toegankelijk maken voor iedereen. En dat 'iedereen' dan ook echt iedereen betekent.” Om musea daarbij op weg te helpen, bundelt de organisatie tien jaar ervaring in de Musea in Gebaren Toolbox, die dit najaar verschijnt. “We hopen alle musea in Nederland te kunnen enthousiasmeren om aan de slag te gaan met toegankelijkheid voor doven en slechthorenden.”
Dit kun je meenemen naar je eigen organisatie
Begin bij de doelgroep
Ontwikkel aanbod niet vóór mensen, maar samen met hen.Kijk naar de hele bezoekersreis
Van informatie vooraf en ontvangst bij de kassa tot de tentoonstelling en rondleiding.Betrek de hele organisatie
Toegankelijkheid is niet alleen de verantwoordelijkheid van educatie, programmering of één medewerker.Maak toegankelijkheid structureel
Zorg voor beleid, budget, eigenaarschap en continuïteit.Begin klein, maar denk op langer termijn
De eerste stap hoeft niet perfect te zijn. Zorg wel dat er een volgende stap komt.
