De Kunst van Diversiteit: Het Creëren van Culturele Organisaties en hun 4P's

Dit artikel onderzoekt hoe culturele organisaties in Nederland diverser en inclusiever kunnen worden in personeel, programma, publiek en partners. Dit onderzoek is uitgevoerd aan de hand van de resultaten van de werkvloer- en beleidsscans die op de Code D&I site zijn ingevuld door werknemers en werkgevers in de culturele sector.
Voor wie en waarom dit onderzoek?
Dit onderzoek is voor professionals in de culturele sector, zoals beleidsmakers, directie/managers en programmamakers. De resultaten helpen om gerichter te werken aan diversiteit en inclusie, zodat jouw organisatie beter aansluit bij onze diverse samenleving.
Belangrijkste lessen uit dit onderzoek
Culturele organisaties in Nederland moeten de diversiteit van de samenleving representeren. Momenteel is de kunst en cultuur vaak nog gebaseerd op een eenzijdig perspectief (bijvoorbeeld de ‘’Gouden eeuw’’).
De huidige nadruk op dekolonisatie van de culturele sector zorg voor meer diversiteit en inclusie binnen culturele organisaties binnen alle vier P’s:
Meer diverse programma’s
Meer verschillende werknemers
Samenwerkingen met meer diverse partners
Bereik van een breder publiek
Aanbevelingen voor de praktijk:
1. Maak duidelijke doelen én beleid
Als je meer diversiteit wilt, moet je daar specifiek beleid voor maken.
Elk type diversiteit vraagt om eigen beleid: beleid voor divers publiek zorgt bijvoorbeeld niet automatisch voor divers personeel.
2. Inclusief leiderschap is cruciaal
Leiders (directie, management) moeten inclusie actief ondersteunen.
Zij moeten ervoor zorgen dat het beleid ook echt wordt uitgevoerd.
3. Houd rekening met verschillen: niet elk land of gebied heeft dezelfde geschiedenis.
4. Houd er rekening mee dat niet iedereen, overal open staat voor diversiteit en inclusie als onderwerp.
Bron: Zhou, C., Van Dijk, H. & Doornenbal, B. (2024). The Art of Diversity: Creating Cultural Organizations and their Personnel, Public, Program, and Partners. Journal of Cultural Management and Cultural Policy. 10(1). 181-208.