Op de basisschool was ik het enige zwarte meisje. Ik viel duidelijk niet samen met de wereld die om mij heen bestond. Je hebt er dan nog geen woorden voor, maar het besef dat ik als anders werd gezien en behandeld drong zich onmiskenbaar op en kleurde voorgoed mijn leven. Dit gevoel zou me niet meer verlaten. Hier opgroeien als kind van kleur betekent dat je vanaf het begin geconfronteerd wordt met ervaringen rond inclusie en uitsluiting, dat tekent je leven. Daarmee was mijn levensthema bepaald. Dat is er altijd, je ontkomt er niet aan.

Zo’n 35 jaar later kwam ik in een buurt te wonen waar 70% van de mensen een migratie-achtergrond heeft. Het ligt dan voor de hand dat er in de Nederlandse samenleving iets gebeurt met dat gegeven en ze er wat mee doet. Maar tot mijn verbazing was er op de scholen waar 90% van de kinderen zwart is, geen enkele zwarte docent. En dat leidt vanzelf tot ‘ongelukkige’ voorvallen; zo werden er door de school voor een feestelijke gebeurtenis neusjes gekocht die alle kinderen op moesten zetten. Hartstikke leuk, alleen waren ze allemaal roze. Het lijkt misschien klein, maar het effect is groot in de betekenis ervan voor die kinderen. Hun eigenheid wordt daarmee genegeerd. Ze doen niet mee.

Dat is een hardnekkig en steeds terugkerend fenomeen, mensen uit de dominante groep zijn geneigd te denken vanuit hun eigen referentie en daarmee beschouwen ze hún wereld als universeel. Een wereld waar het nogal eens ontbreekt aan de wil om met anderen bezig te zijn, waar onbegrip heerst, mensen te lui zijn om zich te verdiepen in de ander en zich niet zelfkritisch kunnen of willen opstellen. Daarmee worden grote groepen er naast gezet, mogen niet meedoen. Voor mij is het heel helder. We hebben iets te leren van elkaars achtergrond, want pas als je je daarin verdiept leer je de ander kennen, waarderen en respecteren – op dat vlak is er dus nog veel te doen.

Het kon dan ook niet anders dan dat ik hiermee aan de slag zou gaan op een plek waar ik er zelf invloed op kon hebben en de bakens zou kunnen verzetten. Dat is in het veld van cultuur, theater en educatie. Bouwen aan een andere wereld waar inclusie, diversiteit en culturele sensitiviteit hand in hand gaan. En daarmee een boodschap brengen. Een boodschap van hoop en vertrouwen. Want ik heb in de praktijk gezien en gemerkt dat het namelijk wél anders kan. En dat je daarmee positieve energie genereert waardoor de vernieuwingsspiraal opgestuwd wordt. Waarmee je met elkaar nieuwe referentiekaders creëert die een nieuwe realiteit bewerkstelligen. Zodat er echt wat verandert.

Het begon bij een theater waar ik werkte, het was een witte organisatie. De uitdagende vraag voor mij als manager was hoe je die situatie om kunt vormen met diversiteit als uitgangspunt en doel tegelijk. Maar mensen vinden het over het algemeen niet fijn om te veranderen – het is lastig om goed te zien wat het gaat brengen. Dat roept angst op. En angst organiseert negativiteit en weerstand. Het is van groot belang om juist die weerstand serieus te nemen. Om daar lucht in te krijgen zijn we met alle collega’s bij elkaar gaan zitten en onderzochten we de vraag waar iedereen dan precies bang voor was. Alles kwam op tafel en daar hebben we diepgaand over gesproken. En precies dat maakte ruimte voor de volgende cruciale stap in het proces: ga je eens verbeelden dat het wél goed gaat, hoe ziet dat er dan uit?! Toen ging het gesprek alleen nog maar over vrolijke, kleurrijke en positieve zaken en ontstond de bereidheid om met elkaar een nieuwe weg in te slaan – iedereen wilde mee. We zijn op pad gegaan.

De route ontvouwde zich vanzelf. Dat kwam door de mensen van kleur en afkomst die we binnenhaalden. We stelden stageplekken voor ze open, maakten gebruik van subsidies en benutten de sollicitatiemomenten. Hun aantal groeide waarmee ze positie kregen. Ze brachten specifieke kennis mee en andere netwerken en relaties. Hun achtergrond maakte daar deel van uit. Er werden andere gesprekken gevoerd, zowel formeel als informeel. Zo ontstond er op organische wijze een andere cultuur. Zonder te forceren werden we gaandeweg zelf een diverse en inclusieve instelling. Het heeft niet alleen onszelf veel gebracht, ook bereikten we er veel meer mensen mee, gewoon omdat ze zich konden herkennen in onze cultuur en samenstelling. Wat een verrijking was dat!

Ditzelfde krachtige proces werkte ook bij het Bijlmer Parktheater waar ik directeur van ben. We begonnen met 5 mensen, inmiddels zijn het er 25. De hele organisatie is divers, in alle lagen, op alle niveaus, van directie en bestuur tot programmamakers en artiesten. Niet om de aantallen en een quotum te halen, maar om het echt te zijn. Op het kompas van diversiteit, inclusiviteit en culturele sensitiviteit hebben we in de loop der jaren ons doel bereikt – we zijn gekomen waar we wilden zijn.

Maar klaar zijn we natuurlijk nog niet. Want grappig genoeg blijkt dat wij in onze eigen bubbel terecht zijn gekomen omdat het voor ons allemaal al zo natuurlijk en dus vanzelfsprekend is geworden. Daar kwam ik achter tijdens lunchgesprekken die ik de laatste tijd had met mijn collega’s van het Bijlmer Parktheater. Als ik tijdens de lunch collega’s vertelde over de weerstand die ik op het inclusiethema ontmoet om mij heen in de culturele sector en in mijn gesprekken met andere theaterdirecteuren, dan vallen ze bijna van hun stoel van verbazing: ‘hè, dat is toch niet normaal!’ of ‘we worden geproblematiseerd!’. Bij ons leeft het enorm, maar we vergeten dus dat als je je neus even buiten de deur steekt, Nederland nog lang niet zo ver is. Te veel mensen zijn nog niet bereid om stappen te zetten op het diversiteitspad. Dat betekent dat er nog veel werk aan de winkel is. Wij moeten als de wiedeweerga die bubbel uit en flink aan de weg blijven timmeren om ervoor te zorgen dat het overál gaat leven.

En dat gaan we doen! Dat zíjn we al aan het doen. Door te laten zien wat het oplevert als je durft te veranderen, hoeveel rijker het leven wordt als je andere invloeden binnen laat komen – en zo zelf een rijker mens wordt. Door uit te dragen hoe enthousiast en positief we er daarover zijn. Door met die ervaringen woorden nieuwe betekenis te geven waarmee we de gesprekken die we voeren van meer lagen en diepte voorzien. Waarmee culturele diversiteit bespreekbaar en voelbaar gemaakt wordt. Maar ook door zelf te blijven ontwikkelen en scherp te blijven. En natuurlijk met onze programmering. Want woorden alleen zijn niet genoeg. We hebben ook beelden nodig, nieuwe, andere beelden. Om daarmee te bevestigen dat er zoveel meer is en de mensen daarin mee te krijgen – je reikt de samenleving zo nieuwe referentiekaders aan en biedt daarmee een nieuw uitnodigend script. Zodat iedereen aan kan haken en meedoet. En culturele diversiteit geen discussiepunt meer is maar de norm wordt.

Zo komen we uiteindelijk uit bij een nieuwe, betere, inclusieve samenleving. Waar verschillen gevierd worden in plaats van het als een probleem te ervaren. Je er niet meer naast staat maar juist toevoegt en dat dat gewaardeerd wordt. Dat wij met zijn allen die diverse samenleving zijn en dragen. Als we daar zijn kan ik mijn levensthema laten rusten en het een mooi plekje geven. Om er zo nu en dan nog eens naar te kijken in de wetenschap dat het doel bereikt is: het nieuwe Nederland. Het kán – ik geloof in de kracht van diversiteit!

Ernestine Comvalius

Directeur Bijlmerparktheater