Afspiegeling Rotterdams publiek
lalala

Ik durf wel te zeggen dat ik van nature een nogal enthousiast mens ben en ook nog eens positief ben ingesteld. En behept met een flinke dosis energie. Ik sta met heel mijn hart en ziel in het leven, je krijgt me helemaal, met alles erop en eraan. Uitbundig is misschien ook een goede typering. Zuur doen past niet bij mij, daar zul je me niet gauw op betrappen. Ik kijk met een open blik naar de wereld om mij heen. Maar dat betekent niet dat ik overal blij mee ben wat ik daar zie, er zijn ook minder mooie kanten. Mijn zicht is scherp. Ik vind dat er dingen moeten veranderen, als het maar op de goede manier gaat. En ik heb mijn eigen ervaringen als vrouw van Surinaamse afkomst. Diversiteit en inclusie zijn dan ook thema’s die ik vanzelfsprekend tegenkom. In alles wat ik doe en hoe ik kijk neem ik mijn personal experience mee. En zet ‘m in waar ik kan en waar nodig.

Het is voor mij niet zo moeilijk om met iets positiefs te beginnen. En dat is dat de aandacht voor diversiteit in mijn sector booming is. Ik zie het steeds meer in musicals, het theater en in de film. Er komen steeds meer shows waar mensen met kleur terecht kunnen. Daar word ik blij van. Dat gaat dus de goede kant op. Tenminste, als maar overeind blijft dat ze binnenkomen op hun talent en niet alleen maar omdat ze een kleurtje hebben. Het aannamebeleid moet wel met de nodige voorzichtigheid en precisie uitgevoerd worden én er moet oog blijven voor de collectiviteit – alleen kleur is ook niet goed natuurlijk. Maar in deze zelfde wereld is er tegelijkertijd ook een minder fraaie kant. Aan de top van het culturele domein is bitter weinig diversiteit te bekennen. Daar functioneren vrijwel alleen witte mensen. Naar mijn idee als gevolg van white privilige. Ze zijn zich niet bewust dat als je de deuren niet openzet er ook geen nieuwe mensen binnenkomen. Ze staan er niet bij stil. Zo blijft hun wereld in stand – die dus niet past op de wereld die er wel is. Dat leidt onvermijdelijk tot conflict.

Het ‘je bewust zijn’ is sowieso iets dat als een rode draad door het diversiteits- en inclusieverhaal loopt. Grappig genoeg speelt zich in de setting van ‘The Color Purple’, de musical waar ik in sta (met een geheel zwarte cast en veelal witte muzikanten en een dito productie- en ondersteuningsteam), de grote wereld zich in het klein af. Ook hier kwamen onze verschillen naar boven en ontstonden stevige gesprekken en discussies over hoe er gekeken wordt en vanuit welke visie. Dat gaat niet zozeer over highbrow onderwerpen, maar om gewone praktische zaken. Zo moest er een andere drummer komen en die wordt vanzelfsprekend gerekruteerd uit een eigen, wit bestand; gevoed door hun aanname ‘er zijn niet zoveel zwarte drummers’. Nou, die zijn er heus wel en hele goeie ook. Maar ja, als je er niet voor openstaat zie je ze niet en zijn ze er dus ook niet. Maar ook over zoiets als het simpele feit dat er bij de visagie vooraf niet geregeld is dat er kennis binnen boord wordt gehaald over hoe je kroeshaar en een donkere huid onderhanden moet nemen om de spelers op hun best te laten zijn. Je wordt gewoon niet goed geholpen, daarmee kom je in de problemen. Er wordt niet bij stilgestaan dat ‘andere’ mensen een ‘andere’ behandeling nodig hebben – er is geen awareness. Laat me welkom voelen en gezien worden door het wél voor elkaar te hebben, weet dat dit probleem er is en doe er wat aan. Geef andere mensen die er wel verstand van hebben een opportunity of school de mensen die er nu zijn. Want de vraag zal alleen maar zal toenemen. Simpele voorbeelden, maar tekenend voor hoe dingen gaan.

Maar daar staat dan wel weer tegenover, en dan zijn we weer in de positieve stand, dat er met ‘The Color Purple’ een écht verhaal verteld wordt, van vlees en bloed, recht uit het echte leven. Dat gaat over het dagelijkse bestaan waar mensen van kleur zich in kunnen herkennen. Daarvan zouden er meer moeten zijn. Want te vaak blijft het bij de geijkte verhalen die op de planken komen die bovendien vaak een karikaturen zijn of een soort biografie. Dus wat mij betreft ruim baan voor andere echte levensprojecten. Laat ‘The Color Purple’ het begin zijn van een hele reeks. Waarom bijvoorbeeld niet iets dat gebaseerd is op het beroemde boek van Cynthia Mcleod ‘Hoe duur was de suiker?’. Laat er meer producenten komen die het lef hebben om dit soort verhalen te vertellen. Dan vinden mensen met kleur ook weer de weg naar het theater. Want ze zien daar mensen die zoals zij zijn die zich levensecht manifesteren. En om nog even enthousiast een stap verder te zetten: laat ook eens witte rollen door mensen van kleur vertolken. Dat kan best, je hoeft het niet, alleen maar omdat het in het script staat, ook alleen maar door witte mensen te laten doen. Ook hier komt de awareness, het ‘je bewust zijn’, om de hoek kijken. Er kan zoveel meer! Hierdoor kunnen wij, en wellicht ik ook, een rolmodel zijn waar de mensen zich aan kunnen optrekken en de overtuiging krijgen ‘als zij zover komen, dan kan ik dat ook bereiken, wat zij kan, kan ik ook!’.

In mijn leven past het niet om zwart-wit naar de dingen te kijken. Want dan focus je je alleen maar op de tegenstellingen en sta je letterlijk tegenover elkaar. Ik wil de dingen graag vanuit liefde benaderen. Dat betekent dat je met elkaar praat en op zoek gaat naar de overlap die er is, zwart mét wit. Met open vizier en interesse in gesprek gaan en zijn levert veel op. Durf elkaar de – soms lastige – vragen te stellen, vraag door hoe het bij de ander zit. Dan leer je de wereld van die andere kennen en vooral ook begrijpen. Dan snap je hoe de dingen in elkaar zitten. Dat hebben we als cast en muzikanten van ‘The Color Purple’ ook gedaan. We hebben echt de tijd genomen om te onderzoeken hoe het op allerlei onderwerpen voelt om wit of zwart te zijn en welke emoties daarbij boven komen en een rol spelen. Dat heeft ons echt verder gebracht, er ontstond doorvoeld begrip. En zo breek je elkaars bubbel open, het verbreedt je horizon. Vooroordelen, wel of niet uitgesproken, lossen op en spelen geen rol meer. Begrip brengt ons allemaal verder en schept ruimte om samen op te trekken en mooie dingen te doen.

Toch merk ik bij mezelf ook wel regelmatig frustratie als ik nog steeds, ook al is het nu 2020, vervelende diversiteit- en inclusie-issues tegenkom. Zowel in mijn professionele bestaan als in mijn persoonlijke leven. Onlangs nog in België waar een hoteleigenaar mijn reservering onbeschoft en vernederend afhandelde: ik werd niet gegroet ondanks vriendelijke woorden van mijn kant, hij keurde mijn geen blik waardig. Ik werd compleet genegeerd. Het enige wat hij deed was een paar keer eisend ‘naam!’ tegen me roepen. Zonder me aan te kijken en zonder wat te zeggen werd de sleutel op de balie gelegd en daar bleef het bij. Of toen ik laatst met een vriendin ging shoppen. Zij is zwarter dan ik en ik zag het voor mijn ogen gebeuren. Haar viel dezelfde behandeling te beurt die ik vroeger had gehad: dat ik als gekleurde vrouw in de gaten werd gehouden. Je wordt achtervolgd, personeel stelt zich dicht in jouw buurt op, in de tas kijken is zeker geen uitzondering. Ik was het eigenlijk allemaal vergeten omdat ik het niet meer zo meemaakte. Maar met haar erbij werd mij geen strobreed in de weg gelegd. ‘Oh My God’ dacht ik, ‘ik word anders behandeld omdat zij naast mij is!’. Ik vond dat zó naar. Er valt dus nog genoeg te veranderen, daarom moeten deze verhalen ook verteld blijven worden zodat mensen zich er bewust van zijn dat het nog niet ideaal is. Maar toegegeven, in de grote steden komt dit veel minder voor, daar is het goed te doen.

Dus ik houd goede moed. Het gaat steeds beter, ook al zijn we er nog niet. Er is sprake van een heuse shift in onze culturele wereld. Er komt steeds meer overlap, het wordt meer mét elkaar in plaats van tegenover elkaar. Mede door ‘The Color Purple’, mede door de open gesprekken die gevoerd worden. En bijvoorbeeld ook door de nieuwe directeur van het DeLaMar Theater. Die wil een nieuw en breder publiek werven door met producties te komen die een veel betere afspiegeling zijn van de diversiteit van de mensen in de stad. Onder andere met het opzetten van een laboratorium waarin alle ruimte is om diverse verhalen te vertellen. Er is dus beweging. Voor ons is het nu de opdracht om goed na te denken hoe we dit kunnen faciliteren en zo om kunnen zetten dat iedereen er deel van uitmaakt. Ik doe er graag aan mee. Liefdevol. Mét mijn personal experience. Met alles wat ik heb. Totdat het niet meer nodig is.